Koningsverhalen
Kaatshelden


Kaatshelden
Hier vind je een aantal kaatsers uit verleden en heden die tot uitzonderlijke prestaties zijn gekomen, of als persoonlijkheid een bijzondere indruk hebben gemaakt. Per kaatser wordt een korte beschrijving gegeven. Het overzicht is niet chronologisch ingedeeld, en in het geheel niet compleet. Aangemeten oordelen over de kaatsers zijn volstrekt subjectief.

Chris Wassenaar




De reus van Minnertsga’ is de bekende bijnaam van deze gigant, die momenteel zijn stempel op de kaatssport drukt. Een natuurverschijnsel. Handen als kolenschoppen, meer dan twee meter lang, en schoenmaat 50. Met recht een reus, die zijn kracht weet te paren aan een prachtige techniek. Zijn opslagballen suizen als kogels op zijn tegenstanders af. Sommige tegenstanders duiken op het laatste moment uit pure angst voor de bal weg. Kan zijn tegenstanders integraal vernielen.

Rienk de Groot



Kaatsgrootheid uit Leeuwarden. Aimabel, rustig, maar energiek. Geslepen opslager, met een verbazingwekkende nauwkeurige plaatsing van de bal. Sloeg bij een weddenschap de bal vanaf de bovenlijn (ruim 50 meter) in de smalle strook tussen twee perken (50 cm). Uit overlevering vernemen wij dat hij in een aanvullende weddenschap vanaf dezelfde afstand de bal in een in de smalle strook geplaatste pet sloeg, maar wij hebben dit verhaal niet bevestigd gekregen. Tijdens de jaren 60 was de carrière van Groot op z’n hoogtepunt.

Nanning Staalstra (Nanning Koekje)




Een hele beste kaatser, al moeten wij dat uit overlevering vernemen, want de man was als kaatser actief in de jaren 20. Drong vier maal door tot de finale van de PC, maar won nooit. Insiders vertellen dat Staalstra soms het ‘zicht op de bal’ wel eens kwijt was. Op zich is dat niet zo opmerkelijk. Wel de remedie die hij voor zichzelf had bedacht:: ‘ Ien jong slokje, en jo bin d’r wer’, aldus Staalstra. Wel is Staalstra er via ‘trial and error’ achter gekomen dat je het bij één borrel moet laten.

Sjouke de Boer



Weergaloze opslager. Gevreesd om zijn torenhoge ballen, vooral geproduceerd bij zonnig zomerweer, waarbij de tegenspeler in het achterperk recht in de zon moest turen om de bal te ontdekken, die vervolgens loodrecht naar beneden kwam. Vrijwel niet te retourneren. Vormde samen met de gebroeders Wybren en Klaas van Wieren jarenlang een onklopbaar partuur. Kaatsheld uit de jaren zeventig.

Johannes Brandsma (De Brand)



‘De beste’, zo ondertekent deze alleskunner op zijn bekende bescheiden manier tegenwoordig zijn e-mails. Maar hij heeft gelijk. Nooit was een zo begenadigd kaatser met all-round eigenschappen op de Friese kaatsvelden verschenen. In zijn hoogtijdagen sloeg hij ballen achter zijn rug langs tot in de sterren. Actief in de jaren 80, en nationaal bekend geworden na het opsteken van een zwaar sjekkie in de pauze van het televisieprogramma AVRO’s Sterrenslag.

Bijzonder aan Brandsma was zijn carrière als peloteur in Belgie, waar hij gedurende twee periodes semi-prof was. Zijn reputatie bij de zuiderburen benadert die van een god. Nog steeds wordt zijn naam met groot ontzag uitgesproken. Johannes is hedentendage ambachtelijk kaatshandschoenenmaker, en is hofleverancier van de Earrebarre.

Rinse Bleeker



Van beroep drilsergeant in het leger. Een atleet, een beest, een krachtmens en technicus. Ongenaakbaar in het voorperk. Een bal op kniehoogte was voor Bleeker een opgooier. Een onvoorstelbare techniek. Een schoolvoorbeeld van doelmatig gebruik van de nap. Kaatsheld uit de jaren 90.

Hotze Schuil



‘De keizer uit Harlingen’. Jarenlang aanvoerder van kaatsklassement aller tijden. Een ongekend lange carriere (1942 – 1972), en de enige kaatser die tot ver in de jaren zeventig met lange zwarte broek en riem kaatste. Grote roerganger voor FBA-voorzitter Sikkema, die nu nog steeds in een dergelijke outfit aan wedstrijden deelneemt.

Schuil is een voorbeeld van een kaatser met extreem veel kaatsverstand. In zijn topjaren spectaculair, later behoudender, maar altijd zeer constant. Niemand kon van Schuil winnen. Een monument.

Pyt Jetze Faber



Op dit moment nummer 1 in het kaatsklassement aller tijden. De allerbeste voorperkspeler ooit. Wat constante prestaties betreft vergelijkbaar met Hotze Schuil. Fysiek echter flink kleiner van stuk, maar vreselijk handig in het spel. Een lust om naar te kijken. Een echte teamspeler, die zo ongeveer alles won wat er te winnen viel. Actief in de jaren 70 en 80.

Klaas Anne Terpstra



Een topper van nu. Kan onnoemelijk hard vloeken bij tegenslag. Maar wat een arm heeft deze jongen. Oersterk, flexibel, en allround. Een van de besten tijdens de afgelopen jaren.

Wybren (Wiep) van Wieren



Eén van de vier beroemde kaatsbroers uit Marssum. Het meest bekend uit zijn vroegere periode als speler in het achterperk. Met een speciale retourneertechniek verwierf zijn karakteristieke slag de naam: De Swiep van Wiep. Later ook zeer succesvol als voorperkspeler. Spelbepalend in de jaren 70 en 80.

Joop Bierma



Onconventionele opslager uit de jaren 80 en (begin) 90. Uitermate wisselvallig, maar won alle belangrijke wedstrijden die een kaatser kan winnen: Freule (t/m 16 jaar), Jong Nederland (t/m 21 jaar), Bondswedstrijd (senioren afdeling) en PC, waar hij in 1989 tot koning gekroond werd. Slechts weinig kaatsers slagen er in dit ‘klavertje vier’ te bemachtigen. Betrouwbare bronnen uit Enschede (waar Bierma destijds studeerde aan de TU) vermelden een levensstijl die niet bij een sportman past, maar met een dergelijk palmares zal dat ons een zorg zijn. En Joop zelf waarschijnlijk ook.

Erik Seerden



Is er ook in geslaagd het klavertje vier te halen. Heeft ondanks de invoering van de kaatsschoen altijd op sokken gekaatst. De tengere, kleine opslager uit Franeker won veel wedstrijden in de jaren 90. Samen met Rinse Bleeker en Thomas van der Meer blonk hij bijna een decennium lang uit op de kaatsvelden. Won meerdere malen de PC.

Johannes van Dijk



Sterke kaatser en sterke persoonlijkheid in de jaren 80 en 90. Bracht de lach terug op de kaatsvelden. Koppelde clownesk gedrag aan grote sportieve prestaties. De schrik van alle scheidsrechters. Werd regelmatig van het veld gestuurd, wat bij alle kaatswedstrijden opgeteld normaal gesproken nul komma 03344 keer per eeuw voor komt.

Cornelis Terpstra



Regerend koning van de PC. Jong, maar met een dergelijke koningstitel op zak een reeds gearriveerd kaatser. Was de afgelopen jaren vaak geblesseerd, maar is nu blijkbaar helemaal terug. Komt op afdelingswedstrijden uit met dorpsgenoten Chris en Jacob Wassenaar, die samen een vrijwel onklopbaar partuur vormen.

Ids Jousma



Beheerste tussen 1918 en 1930 de kaatsvelden. Volgens oudere kenners nog steeds de beste achterperkspeler allertijden. ‘Idske’, zoals zijn koosnaam luidde, was de eerste kaatser die het ‘klavertje vier’ bereikte. Zijn optredens waren dermate oogstrelend, dat hij zelfs bezongen werd in gedichten. Hier een voorbeeld van Jan Visser:

Ik wie tolve

Idske Jousma sjoch ik noch foar my
As feintsje mei de slachterskoer.
Gjin sterveling sloech de keatsbal
Sa licht en linich de fjilden oer.
Sels wie ik doe tolve, in lytse
Triuwer dy’ t krekt de opslach helle.
Idske wie myn ideaal, ik woe al
Syn fuotstappen wol stelle.

Wy wiene net botte tsjerks, mar yn Holwert
Haw ik wol stil lein te bidden.
Efter de krite, neist Idske syn trui,
Hiel gewoan yn it fermidden.
Grutte Hear fan it keatsen, in earm
Lykas Idske woe ik graach ha.
Ik kom dan folle faker yn tsjerke
Sekerwier, dat siz ik jo ta.

De Heare die neat; hat faaks
Myn lytse wurden net iens ferstien.
It keatsen bin ik trou bleauwn, de
Tsjerke bin ‘k nea wer hinne gien.

Daniel Iseger



Eén van de grootste talenten in de hoofdklasse van dit moment. Atletisch, snel, handig en een arm van goud. Velen hadden al eerder een doorbraak van hem verwacht, maar volgens kenners zit die er absoluut aan te komen.

Gerben Okkinga



Talent in de jaren 80, begin 90. Een zeer vaardig kaatser met een uitermate atletisch fysiek. Regeerde zowel aan de opslag als in het perk. Zijn talent als jongenskaatser heeft de verwachtingen echter zo hoog opgedreven, dat zijn verliespartijen het kaatspubliek – helaas - langer bij zijn gebleven dan zijn overwinningen. Won alles, behalve de PC. Is te vroeg gestopt met kaatsen op het hoogste niveau (1995). Was het afgelopen jaar op de Bondspartij (Nederlands Kampioenschap) met z’n 36 jaar vrijwel de hele dag de beste man van het veld.

Gedichten

0-2

un vreimder taalsje heb gein mens gehoâghd
ze springe auvâh slaute en ze kaatse
de westâhlinge zien ze as melaatse
ze hebbe Bonifatius vermoâghd

de raagste name geive ze an plaatse
tenzè un naam as “Ljouwert” u bekoâghd
ze laupe auvâh strate op hun schaatse
en ergâh nog: ze plante zich auk voâght

au laat ze nauit ontsnappe uit hun ooâghd
die zwègzame en immer teigedraadse
dus bauh om heil dat land van ondâhmaatse
un afsluitdèk, of muâh, maah zondâh poâght

ik mocht die Frieze altèd reuzegraag
toen wonne ze met 0-2 in De Haag
voor straf magge jullie nauit meâh kievitsèiere zoeke….;-)
groete uit de mauie stad achtâh de duine

Daan



KENING

Keatsersbloed koe der net yn sitte,
mar al gau rôp er:
kom mar op mei dy kokosnúten.

Mar syn opslach wist fan gjin perk,
syn útslach miste stjoer.
it folk ornearre: flechtlingballen.

Hjoed lykwols is er de ballen treast:
hy jaget se as projektilen nei it perk,
hy reaget se as kûgels oer de tribune.
It folk ropt: inkele reis Mogadishu.

Keatsersbloed koe der net yn sitte,
mar by de priisútrikking
stiet er yn’e midden
Hassan Abdul Ibrahim, kening fan’e PC

It folk hat der frede mei
en klapt him de hannen stikken

Meindert Bylsma

 

Piter J. Troelstra (1860-1930)

Ik wie by it Frjentsjerter keatsen,
En hie dat mar net foar ’t ferstan;
Mar ien treast – der wiene ek froulju,
De pronk fan it Fryske lan. En hie’k gjien begryp oer de ballen,
Lyk as Bonnema en Van der Wal,
By de fammen, dy’t ik der sjoen ha,
Wiene moaie, sa wiis wie ’k al.

Ien wie der mei wite fearren,
Dy waaiden har op ‘e hoed.
Dy wie der de aldermoaiste,
Dat seach ik tige goed.

Mar ek fan it keatsen hab ik
In bytsje sjoen en heard;
Ik wit, hoe’t de ballen hjitte,
En no ha’k der dit fan leard:

Dat famke mei wite fearren,
Mei har glimkes, yn al har dwaan,
Dat is foar my in pripper:
Dy binne net ut te slaan.